'GOD IS ONZE HEELMEESTER' 

De Nederlandse Vereniging van
Vrijgevestigde Christen Hulpverleners



 
   

'GOD IS ONZE HEELMEESTER' 

De doelstelling is het bevorderen van christelijke 
professionele hulpverlening.

 

 
   

'GOD IS ONZE HEELMEESTER' 

De Nederlandse Vereniging van
Vrijgevestigde Christen Hulpverleners



 
   

'GOD IS ONZE HEELMEESTER' 

Wilt u lid worden? U kunt zich inschrijven op de
website bij NVVCH.



 
   

'GOD IS ONZE HEELMEESTER' 

De Nederlandse Vereniging van
Vrijgevestigde Christen Hulpverleners



 
   

'VERBONDEN IN
ZELFSTANDIGHEID'
 

Zorgen voor jezelf is een voorwaarde om te kunnen 
zorgen voor een ander.

 

 

   

'GOD IS ONZE HEELMEESTER' 

De Nederlandse Vereniging van
Vrijgevestigde Christen Hulpverleners



 
   

'GOD IS ONZE HEELMEESTER' 

De Nederlandse Vereniging van
Vrijgevestigde Christen Hulpverleners



 

Statuten vereniging

Naam en zetel 
Artikel 1.

  1. De vereniging draagt de naam: Nederlandse Vereniging van Vrijgevestigde Christen Hulpverleners (NVVCH).
  2. Zij is gevestigd te Barneveld.

Grondslag
Artikel 2.
De vereniging is gebaseerd op de Bijbel als het betrouwbare Woord van God en het geloof in Jezus Christus. De vereniging onderschrijft de beginselverklaring van de Evangelische Alliantie te Driebergen, welke als volgt luidt:

a. De eenheid van God, van eeuwigheid bestaande in drie personen, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest;
b. De soevereiniteit van God de Vader in schepping, voorzienigheid, openbaring en voleinding;
c. Onze Here Jezus Christus, God in het vlees geopenbaard, geboren uit een maagd, Zijn zondeloos leven, Zijn goddelijke wonderen, Zijn plaatsvervangend en verzoenend sterven, Zijn lichamelijke opstanding en Hemelvaart, Zijn werk als Middelaar en Zijn persoonlijke wederkomst in macht en heerlijkheid;
d. De goddelijke inspiratie van de Heilige Schrift en daaruit voortvloeiend haar betrouwbaarheid en hoogste gezag in alle zaken van geloof en leven; er is geen dwaling in al wat zij verklaart;
e. De universele en algehele zondigheid en schuld van de gevallen mens, die hem onderwerpen aan Gods toorn en veroordeling;
f. De verlossing van de zondaar door het vergoten bloed van Jezus Christus, Gods Zoon en Zijn rechtvaardiging uit genade, niet door werken, maar door het geloof in Hem;
g. De lichamelijke opstanding van de doden; van gelovigen tot het eeuwige leven en van degenen, die verloren gaan ten oordeel;
h. Het werk van de Heilige Geest, die het verstand verlicht, de wedergeboorte werkt en in de gelovige woont, waardoor deze in staat wordt gesteld een heilig leven te leiden en te getuigen en te werken voor de Here Jezus Christus;
i. Het priesterschap van alle gelovigen, die tezamen de universele gemeente vormen, het lichaam van Christus waarvan Hij het hoofd is en die krachtens zijn bevel gehouden is het Evangelie in de gehele wereld te verkondigen.
j. Aan deze beginselverklaring voegt de vereniging het volgende beginsel toe: God is onze Geneesheer.


Doel 
Artikel 3.
De vereniging heeft ten doel:

a. bezinning op de effecten van het christelijk geloof en de christelijke ethiek op de verschillende vormen van beroepsuitoefening en/of hulpverlening;
b. het bewaken en bevorderen van de kwaliteit van de christelijke identiteit van de hulpverlening door haar leden;
c. belangenbehartiging van haar leden;
d. het uitwisselen van informatie en bevorderen van onderling contact en afstemming tussen haar leden;
e. het (doen) informeren van haar leden op sociaal, financieel en juridisch terrein met betrekking tot het houden van een eigen praktijk.
f. het ten behoeve van de hulpvragers zorgdragen voor kwaliteits- en identiteitsgaranties waaraan leden bij toelating dienen te voldoen.


Middelen 
Artikel 4.
De vereniging tracht haar doel te bereiken door:

a. het organiseren van studiebijeenkomsten, contactdagen en cursussen;
b. het coördineren van intervisie;
c. het (doen) bijhouden van een sociale kaart; 
d. het uitgeven van een nieuwsbrief; 
e. het (doen) instellen van een klachtencommissie;
f. het geven van voorlichting en adviezen alsmede het verlenen van diensten aan haar leden; 
g. het vaststellen en in de openbaarheid brengen van gemeenschappelijke belangen haar leden betreffende;
h. het samenwerken met, deelnemen in en onderhouden van contacten met (andere) organisaties in zorg en pastoraat, zoals het op regionaal niveau onderhouden van contacten met ambtsdragers en vrijwilligers actief in het pastoraat;
i. het opbouwen en uitbouwen van een platform van onderlinge inspiratie en bezinning; 
j. alle overige wettige middelen die het doel van de vereniging kunnen bevorderen. 


Duur 
Artikel 5.
De vereniging is opgericht op zevenentwintig april tweeduizend één en is aangegaan voor onbepaalde tijd.


Lidmaatschap 
Artikel 6.

  1. De vereniging heeft gewone leden, aspirant-leden en bijzondere leden. Alleen gewone leden zijn leden in de zin van artikel 26 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek. 
  2. Waar in deze statuten wordt gesproken van lid of leden, worden daaronder het gewone lid of de gewone leden verstaan, tenzij uitdrukkelijk anders is vermeld of uit het zinsverband het tegendeel blijkt.
  3. Als lid van de vereniging kunnen door het bestuur worden toegelaten vrijgevestigde natuurlijke personen die aan de volgende cumulatieve eisen voldoen:
    a. Vrijgevestigd;
    b. Werkzaam in hulpverlening en/ of pastoraat;
    c. Aangesloten bij één voor het door hem uitgeoefende beroep opgerichte erkende beroepsvereniging welke een tuchtreglement en klachtenregeling kent; uitgeoefende beroep van toepassing zijnde.
    d. Tenminste een hogere beroepsopleiding/ bachelor, op het door hem uitgeoefende beroep van toepassing zijnde.
  4. Tevens dient men om als lid van de vereniging door het bestuur te kunnen worden toegelaten te voldoen aan door de algemene ledenvergadering te stellen eisen in een door haar vast te stellen reglement van toelating. In dit reglement zal ook de procedure van toelating worden beschreven.
  5. Als aspirant-lid kan worden toegelaten iedere vrijgevestigde natuurlijke persoon, die naar het oordeel van het bestuur voldoet aan door de algemene ledenvergadering nader te stellen eisen in een door haar vast te stellen reglement aspirant-lidmaatschap. In dit reglement zal tevens de procedure van toelating worden beschreven. 
  6. Het aspirant-lidmaatschap eindigt van rechtswege door verloop van de in het reglement aspirant-lidmaatschap bepaalde termijn waarbinnen men zich kan aanmelden voor het gewone lidmaatschap. 
  7. Als bijzonder lid kan worden toegelaten iedere vrijgevestigde natuurlijke persoon, die ten minste een werk- en denkniveau heeft op het niveau van het Hoger Beroepsonderwijs, dan wel het Wetenschappelijk Onderwijs, blijkende uit een met goed gevolg afgeronde opleiding op een ander gebied dan de hulpverleningssector, werkzaam is in de hulpverleningssector en op dit laatste gebied een aantal aanvullende opleidingen heeft gevolgd, die naar het oordeel van het bestuur voldoet aan door de algemene ledenvergadering nader te stellen eisen in een door haar vast te stellen reglement bijzonder lidmaatschap.

Einde van het lidmaatschap 
Artikel 7.

  1. Het lidmaatschap eindigt:
    a. door schriftelijke opzegging van het lid;
    b. door schriftelijke opzegging namens de vereniging onder opgave van redenen.
    Deze kan met onmiddellijke ingang geschieden:
    1. wanneer een lid heeft opgehouden aan de vereisten van het lidmaatschap bij de statuten of reglement gesteld te voldoen;
    2. indien het lid het beheer over zijn vermogen heeft verloren;
    3. wanneer hij zijn verplichtingen jegens de vereniging niet nakomt;
    4. wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren;
    c. door de dood van het lid;
    d. door ontzetting. Deze kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten der vereniging handelt, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.
  2. Opzegging namens de vereniging geschiedt door het bestuur.
  3. Opzegging van het lidmaatschap door het lid of door de vereniging kan slechts geschieden tegen het einde van een verenigingsjaar en met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden.
  4. Een opzegging in strijd met het bepaalde in het vorige lid, doet hetlidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip volgende op de datum waartegen was opgezegd.
  5. Ontzetting uit het lidmaatschap geschiedt door het bestuur.
  6. Tegen een besluit tot opzegging van het lidmaatschap door de vereniging en tegen een besluit tot ontzetting uit het lidmaatschap kan de betrokkene binnen een maand na de ontvangst van de kennisgeving van het besluit beroep aantekenen bij de algemene ledenvergadering. Hij wordt daartoe ten spoedigste schriftelijk in kennis gesteld. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst.

Rekening en verantwoording
Artikel 8.

  1. Het verenigingsjaar, alsmede het boekjaar van de vereniging loopt van een januari tot en met eenendertig december.
  2. De penningmeester van het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging zodanige aantekeningen te houden dat daaruit te allen tijde de rechten en verplichtingen van de vereniging kunnen worden gekend.
  3. Zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk vier maanden na afloop van ieder boekjaar, maakt de penningmeester van het bestuur de jaarstukken op, te weten de balans en een staat van baten en lasten over het afgelopen boekjaar. Elk bestuurslid ontvangt een exemplaar van deze jaarstukken. Uiterlijk binnen zes maanden na afloop van het boekjaar worden de jaarstukken door de algemene ledenvergadering vastgesteld. Na verloop van de termijn kan ieder lid deze rekening en verantwoording in rechte van het bestuur vorderen.
  4. Het bestuur is bevoegd alvorens tot aanbieding van de jaarstukken aan de algemene ledenvergadering over te gaan deze door een accountant te doen controleren, die naar aanleiding daarvan een verklaring geeft.
  5. Goedkeuring door de algemene ledenvergadering van de balans en van de staat van baten en lasten strekt het bestuur tot décharge.
  6. Wanneer de ledenvergadering meent de décharge niet te kunnen verlenen, zal uit de leden een commissie van drie personen benoemd worden om de gerezen bezwaren te onderzoeken en verslag uit te brengen in een uiterlijk twee maanden later te houden algemene ledenvergadering. Deze ledenvergadering zal over het al dan niet verlenen van décharge beslissen en eventueel maatregelen nemen in geval er nog immer geen décharge kan worden verleend.

Bestuur
Artikel 9.

  1. Het bestuur van de vereniging bestaat uit tenminste 3 leden, behoudens de voorzitter –bij wie zulks niet dwingend is voorgeschreven- te verkiezen uit de leden. Het aantal bestuursleden wordt vastgesteld door de algemene ledenvergadering. 
  2. Alle leden van het bestuur worden benoemd door de algemene ledenvergadering, zulks op voordracht van het bestuur en met inachtneming van het hierna bepaalde. 
  3. Bij het bepalen van de voordrachten dient het bestuur er zoveel mogelijk voor zorg te dragen dat elk terrein van zorg en pastoraat, waarbinnen de diverse leden van de vereniging werkzaam zijn, in het bestuur is vertegenwoordigd door de aanwezigheid van kennis van, ervaring en/of affiniteit met een of meer van de bedoelde terreinen. 
  4. Tot drie dagen vóór de algemene ledenvergadering kan elk gewoon lid der vereniging schriftelijk een tegenkandidaat voorstellen.
  5. Behoudens ten aanzien van het voorzitterschap worden de functies der overige bestuursleden door het bestuur bepaald en onderling verdeeld. De voorzitter, secretaris en penningmeester vormen tezamen het dagelijks bestuur.

Artikel 10.

  1. De leden van het bestuur hebben als zodanig zitting voor een tijd van drie jaar. Ieder jaar treedt tenminste één lid van het bestuur af volgens een rooster dat door het bestuur is vastgesteld.
  2. Aftredende leden zijn terstond herkiesbaar.V Een nieuw lid van het bestuur neemt in het rooster de plaats van zijn voorganger in met dien verstande dat hij, die in een tussentijdse vacature wordt gekozen, zitting heeft tot de dag, waarop zijn voorganger zou zijn afgetreden.
  3. Het lidmaatschap van het bestuur eindigt tussentijds:
    a. door het overlijden van de betrokkene;
    b. door zijn schriftelijk bedanken;
    c. door het besluit van de algemene ledenvergadering tot ontslag;
    d. door het eindigen van het lidmaatschap van de vereniging.
  4. Ingeval het aantal bestuurders telt beneden het vastgestelde aantal, blijft het bestuur als zodanig bevoegd. Indien het aantal bestuursleden echter beneden drie is gedaald, dan is het bestuur slechts bevoegd al die handelingen te verrichten die geen enkel uitstel gedogen en is verplicht om de maatregelen te nemen die zullen leiden tot een zo spoedig mogelijke vervulling van de vacatures in het bestuur.
  5. Het bestuur is verplicht tot correcte en onverwijlde uitvoering van besluiten van de algemene ledenvergaderingen en in het algemeen belast met de waarneming van de belangen der vereniging. Het bestuur wijst de personen aan die de vereniging in andere lichamen vertegenwoordigen en stelt hun instructie vast; het beslist voorts in alle bestuurlijke aangelegenheden van de vereniging waarin de beslissing niet aan andere organen of lichamen is opgedragen.

Artikel 11.

  1. De vereniging wordt vertegenwoordigd door:
    a. het bestuur;
    b. twee leden van het dagelijks bestuur gezamenlijk handelend, met dien verstande dat ieder lid van het dagelijks bestuur krachtens daartoe door het bestuur te verstrekken volmacht alleen over bank- en girorekeningen van de vereniging kan beschikken. 
  2. Het bestuur is bevoegd, mits met goedkeuring van de algemene ledenvergadering, tot het sluiten van overeenkomsten tot het kopen,  vervreemden of bezwaren van registergoederen, het sluiten van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een derde verbindt. Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door en tegen derden beroep worden gedaan.

Artikel 12.

  1. Het bestuur vergadert tenminste vier maal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of minstens drie bestuursleden dit nodig achten.
  2. Het bestuur besluit met meerderheid van stemmen, uit te brengen in een vergadering waarin tenminste de helft van het aantal bestuursleden aanwezig is.
  3. Het bestuur kan ook buiten vergadering rechtsgeldige besluiten nemen. Een besluit buiten vergadering vereist eenstemmigheid van alle in functie zijnde bestuursleden, waarvan schriftelijk moet blijken.
  4. Het bestuur kan een reglement vaststellen dat niet in strijd mag zijn met de wet, de statuten of een door de algemene ledenvergadering vast te stellen reglement. Het bestuur kan commissies in het leven roepen ter uitvoering, bestudering of onderzoek van de zaken, die tot zijn competentie behoren en bovendien zodanige bevoegdheden aan die commissie delegeren zoals hij het geraden acht. In die commissies kunnen –mits goedgekeurd door de algemene ledenvergadering- ook derden zitting hebben.

Algemene Ledenvergaderingen
Artikel 13.

  1. Jaarlijks zal ten minste één algemene ledenvergadering worden gehouden uiterlijk zes maanden na afloop van het verenigingsjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de algemene ledenvergadering. In deze vergadering komen onder meer aan de orde:
    a. een door het bestuur te presenteren jaarverslag en rekening en verantwoording over het afgelopen verenigingsjaar;
    b. de begroting voor het lopende verenigingsjaar;
    c. de hoogte van de contributie.
  2. Indien de jaarstukken niet zijn gecontroleerd door een accountant, zal een jaarlijks door de algemene ledenvergadering uit de leden te benoemen commissie van tenminste twee personen die geen deel uitmaken van het bestuur, de jaarstukken controleren. De commissie brengt aan de algemene ledenvergadering verslag van haar bevindingen uit.
  3. Vereist het onderzoek van de jaarstukken bijzondere boekhoudkundige kennis, dan kan de commissie van onderzoek zich door een deskundige doen bijstaan. Het bestuur is verplicht aan de commissie alle door haar gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en inzage van de boeken en bescheiden der vereniging te geven.
  4. De last van de commissie kan te allen tijde door de algemene ledenvergadering worden herroepen, doch slechts door de benoeming van een andere commissie.

Artikel 14.
Buitengewone algemene ledenvergaderingen worden gehouden:

a. zo dikwijls als het bestuur dit wenselijk acht;
b. op schriftelijk verzoek van tenminste een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van een/tiende gedeelte der stemmen aan het bestuur met opgave van en toelichting op de onderwerpen, welke deze leden behandeld wensen te zien. het bestuur is verplicht binnen vier weken aan een zodanig verzoek gevolg te geven. Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan door oproeping overeenkomstig artikel 17 of bij advertentie in tenminste een christelijk dagblad.

Artikel 15.
De algemene ledenvergaderingen worden geleid door de voorzitter van het bestuur. Bij ontstentenis van de voorzitter treedt de secretaris als voorzitter op. Ontbreken zowel de voorzitter als de secretaris, dan treedt een der andere bestuursleden door het bestuur aan te wijzen als voorzitter op. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet de ledenvergadering daarin zelf.

Artikel 16.

  1. Alle leden, alle aspirant-leden, alle buitengewone leden, alle bijzondere leden en alle bestuursleden hebben toegang tot de algemene ledenvergadering.
  2. Over toelating van andere dan de in lid 1 bedoelde personen beslist de algemene ledenvergadering.
  3. Slechts leden in de zin van artikel 26 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek hebben stemrecht. Ieder lid heeft recht op het uitbrengen van één stem.

  4. a. Alle besluiten worden genomen bij volstrekte meerderheid van stemmen,
    b. Bij de besluitvorming zal het bestuur steeds eenstemmigheid nastreven.
  5. Alle stemmingen geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of een der stemgerechtigden zulks voor de stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes. Wanneer bij de eerste stemming over een persoon geen volstrekte meerderheid is verkregen, heeft herstemming plaats tussen de personen, die het grootste aantal stemmen op zich verenigden; komen ten gevolge van een gelijk aantal stemmen meer dan twee personen voor herstemming in aanmerking, dan strekt zich de herstemming uit over al deze personen. Is ook bij herstemming geen volstrekte meerderheid verkregen, dan beslist het lot.
  6. Bij staking van stemmen over een zaak wordt het voorstel geacht verworpen te zijn.
  7. Ter bepaling van de uitslag ener stemming gelden blanco stemmen als niet uitgebracht.
  8. Stemming bij volmacht is niet toegestaan. behoudens uitzonderingen in deze statuten gemaakt.
  9. Het bestuur kan buiten de ledenvergadering schriftelijk de leden raadplegen, wier aldus kenbaar gemaakte mening de uitslag dier raadpleging bepaalt. Het bestuur is hiertoe gerechtigd in gevallen waarin het met bekwame spoed het oordeel van de algemene ledenvergadering wil vernemen. Betreft de raadpleging een besluit dat tot de bevoegdheid der algemene ledenvergadering behoort, dan is het slechts geldig indien eenstemmig genomen door alle leden.

Artikel 17.

  1. Voor de algemene ledenvergaderingen worden de leden tenminste veertien dagen tevoren door het bestuur opgeroepen met opgave van de te behandelen onderwerpen. In spoedeisende gevallen, ter beoordeling van de voorzitter van de vereniging, kan de oproeping op andere wijze en op kortere termijn plaats vinden.
  2. De leden zijn gerechtigd binnen acht dagen na de datum der oproeping schriftelijk onderwerpen ter behandeling in de algemene ledenvergadering op te geven. Indien gemotiveerd en tijdig ingediend, moeten deze onderwerpen op de agenda worden geplaatst. Het bestuur beslist of de motivering voldoende is om besluitvorming toe te laten.

Geldmiddelen
Artikel 18.

  1. De inkomsten van de vereniging bestaan uit:
    a. de contributies van leden en aspirant-leden; deze worden jaarlijks door de algemene ledenvergadering bepaald;
    b. alle andere wettige middelen.
  2. Wanneer het lidmaatschap in de loop van het verenigingsjaar aanvangt, zal de jaarlijkse bijdrage voor dat jaar worden omgeslagen naar rato van het aantal maanden dat het lidmaatschap in dat jaar zal duren.
  3. Wanneer het lidmaatschap in de loop van het verenigingsjaar eindigt, blijft de jaarlijkse bijdrage voor dat jaar worden omgeslagen naar rato van het aantal maanden dat het lidmaatschap in dat jaar zal duren. 

Huishoudelijk reglement
Artikel 19.

  1. De algemene ledenvergadering kan een huishoudelijk reglement vaststellen.
  2. Het huishoudelijk reglement mag niet in strijd zijn met de wet, ook waar die geen dwingend recht bevat, noch met de statuten.
  3. Over alles, wat niet door de wet, de statuten of het huishoudelijk reglement is geregeld, beslist de algemene ledenvergadering.

Wijziging van statuten en huishoudelijk reglement
Artikel 20.

  1. De statuten alsmede het huishoudelijk reglement van de vereniging kunnen worden gewijzigd door een besluit van de algemene ledenvergadering, mits in de oproeping tot de ledenvergadering is vermeld, dat een dergelijke wijziging wordt voorgesteld. Een afschrift van het voorstel, waarin de wijziging woordelijk is opgenomen, moet tenminste vijf dagen vóór de ledenvergadering tot na afloop van de dag van de vergadering op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage hebben gelegen.
  2. Een besluit tot statutenwijziging alsmede een besluit tot wijziging van het huishoudelijk reglement moet worden genomen met een meerderheid van tenminste twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen, in een ledenvergadering waarin tenminste twee/derde van het aantal leden aanwezig is.
  3. Is het vereiste aantal leden niet aanwezig, dan wordt binnen zes weken opnieuw een algemene ledenvergadering bijeengeroepen. In die ledenvergadering kan ongeacht het aantal aanwezige leden een besluit worden genomen met een meerderheid van tenminste twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen.
  4. Een statutenwijziging treedt niet eerder in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt.
  5. Artikel 2 en artikel 20 lid 5 zijn niet voor wijziging vatbaar.

Ontbinding
Artikel 21.

  1. Op een besluit tot ontbinding van de vereniging is van toepassing al hetgeen in artikel 20 is bepaald.
  2. De vereffening van het vermogen van de ontbonden vereniging geschiedt door het bestuur, tenzij bij het besluit tot ontbinding één of meer anderen tot vereffenaar zijn aangewezen.
  3. Een na liquidatie eventueel overblijvend batig saldo zal worden bestemd voor een doel, zoveel mogelijk overeenkomend met dat van de vereniging, te bepalen door de algemene ledenvergadering.